VVV Katwijk
zomerinkatwijk2.gif
banner_nicolette_appartementen.gif
koningshof.gif
BannerHvB27052009.gif
BannerAoK.jpg
verfrissend.gif
Zon-Ondergang2.jpg
qcflag.jpg

Home » Historie

De gemeente Katwijk bestaat uit drie dorpen: Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg. Elk dorp heeft zijn eigen geschiedenis, cultuur, tradities en karakter.

Katwijk

Katwijk is een plaats met een lange geschiedenis, die teruggaat tot de tijd van de Romeinen. Zij bouwden een legerplaats langs de monding van de Rijn. De vele vondsten die vandaag de dag door archeologen worden gedaan, wijzen erop dat het huidige grondgebied van de gemeente Katwijk voor de Romeinen van grote strategische waarde is geweest. Katwijk bestaat uit Katwijk aan de Rijn en Katwijk aan Zee. Katwijk aan de Rijn is van oorsprong een agrarisch dorp aan een knooppunt van wegen. De bebouwing was ruim opgezet, met veel akkers en groen. Het in de duinen gelegen Katwijk aan Zee kenmerkte
zich door dichte en lage bebouwing met smalle straatjes, als bescherming tegen de felle wind. De Oude Kerk uit 1460 stond aanvankelijk in het midden van het dorp. In de 17de eeuw werden de huizen eromheen voor een groot deel door de zee verzwolgen. Sindsdien bepaalt de kerk het beeld van de Boulevard. Katwijk is echter bekend geworden door de visserij. De oude bomschuit bij De Vuurbaak aan de Boulevard herinnert daar nog aan. Binnen de gemeentegrenzen zijn nog een aantal grote visverwerkende bedrijven te vinden.

Rijnsburg

De geschiedenis van Rijnsburg gaat meer dan 1000 jaar terug. De nederzetting was eerst Rudolfsheim genaamd. Al in de 6de eeuw was dit dorp een dichtbevolkte plaats aan de oever van De Vliet. In het vroegere graafschap Holland lag er bij Rudolfsheim een verdedigingswerk – waarschijnlijk een burcht – waardoor de naam rond het jaar 1000 veranderde in ‘Rinasburg’, het huidige Rijnsburg. Rijnsburg stond vroeger bekend om zijn Benedictijner abdij voor adellijke vrouwen, die nauw verbonden was met het Grafelijke Huis van Holland. De abdij is in 1133 gesticht door Petronella van Saksen en had grote kerkelijke en wereldlijke invloed. Naast de Laurentiuskerk zijn de fundamenten van de abdij nog te zien. Daar bevindt zich ook een mausoleum waar de leden van het Hollandse Grafelijke Huis zijn bijgezet, waaronder Willem I, Floris IV en Floris V. Dit mausoleum werd in 1975 door Koningin Juliana onthuld. Rijnsburg kende in de 17de en 18de eeuw veel goed producerende land- en tuinbouwers. In de 19de eeuw verarmde het dorp echter zeer snel door het opkomen van het Westland en het ontbreken van een goede prijsvorming voor de agrarische producten. In deze zware economische nood wierpen de bloemenhandel en bloementeelt zich op als redmiddel. En niet onverdienstelijk. In Rijnsburg is nu ’s werelds grootste afzetcoöperatie van bloemen te vinden. Deze bloemenveiling FloraHolland biedt dagelijks aan 3000 mensen werk.


Valkenburg

Onder de Romeinse Keizer Claudius ontstond een afgebakende grenslinie (de Limes) langs de Oude Rijn en werden er diverse legerplaatsen aangelegd. Ook in Valkenburg lag zo’n legerplaats, een castellum. Tijdens onderzoeken heeft men de overblijfselen gevonden uit de periode 40–260 na Christus. Door de op elkaar gebouwde legerplaatsen heeft Valkenburg het karakter van een terpdorp gekregen. Dit is ook vandaag de dag nog goed te zien. In het straatwerk van het centrum van het dorp zijn waar mogelijk de contouren van het laatste Castellum met bronzen doppen in de bestrating gemarkeerd. In Valkenburg stond de eerste kerk van de gemeente (gebouwd in de 9e eeuw) die later een nieuwe toren heeft gekregen. Daarnaast wordt er in het dorp de oudste paardenmarkt van Nederland gehouden. Valkenburg is een kleine kern gebleven waar het dorpse karakter, voor een ieder die dat wil, nog steeds beleefd kan worden.

Katwijkers vissen al meer dan 600 jaar op haring

Al vijfduizend jaar geleden leefde een groep inlanders in een gebied dat nu bekend staat als Katwijk en omgeving. De Rijnmonding en het achterland bestonden uit zee, strand, duingebieden, bossen, ruige vlakten met grassen, struikgewassen en rietvelden, de brede monding van de Rijn en landinwaarts, kreken en moerassen. Met name in de bosrijke duinen bouwden de bewoners paalhutten met rieten daken ter bescherming tegen de elementen en ver genoeg van de zee om bij overstromingen niet te verdrinken. Zij leefden voornamelijk van de jacht op veel voorkomend wild en potvissen die af en toe aanspoelden.

Romeinse nederzetting

In 47 na Chr. veroverden de troepen van de Romeinse keizer Claudius en later Julius Caesar het gebied ten zuiden van de Rijn en lieten het noordelijk gebied aan de aldaar wonende Friezen. Waar nu Katwijk ligt, woonden destijds de Cananefaten. De Rijn werd de noordgrens van het Romeinse Rijk. Veldheer Corbulo liet een kanaal graven van de Rijn bij Leiden naar het Helinium, de brede Maasmond. In Katwijk werd een fort gebouwd dat nu bekend staat als Brittenburg. Landinwaarts kwamen versterkingen als Valkenburg, Roomburg (Leiden) en Vredenburg (Utrecht). De bewoning naast Brittenburg groeide; er ontstond een nederzetting met de naam Lugdunum. Door de storm en de opkomende zee is zowel Brittenburg als Lugdunum verdwenen. De fundamenten van Brittenburg zijn volgens overleveringen bij laag water tot een eeuw geleden nog gezien.

Eerste visafslag

In de dertiende eeuw, met name in 1231, werd voor het eerst over Katwijk aan den Rijn gerept. Eind veertiende eeuw werd Katwijk aan Zee in verband gebracht met een visafslag op het strand. Tussen beide Katwijken liep een zandweg op de plaats van de huidige Zeeweg. Aan zee had het dorp om zich te beschermen tegen de zeewind veel smalle straten en stegen met lage huizen die dicht tegen elkaar waren gebouwd. De Oude Kerk, die rond 1460 werd gebouwd, vormde toen het middelpunt van het dorp. Een groot gedeelte van de bebouwing viel in de zeventiende eeuw ten prooi aan de golven, waardoor de witgekleurde kerk nu op de boulevard aan de zeereep staat.

Haring vissen

In de Noordelijke Nederlanden ontstond visvangst als beroep pas aan het eind van de Middeleeuwen. In het gebied rond Schonen in Scandinavië werd voor het eerst de haring gevangen. Door haring en stokvis in te zouten, werden zij een van de weinige levensmiddelen in de Middeleeuwen die lang houdbaar waren. De Hanzeschippers verhandelden deze vis. Rond 1320 durfden de vissers vanuit de Zuidelijke Nederlanden de zee op en hielden zij zich bezig met haringvisserij aan de oostkust van Engeland. Nog geen twintig jaar later hebben ook een aantal Katwijkse vissers deze manier van vissen overgenomen.


Zouten en kaken op zee

Katwijkse vissers deden hun werk vooral op haringbuizen, schepen die vijf eeuwen lang dienst deden. Maar ook platbodems, de zogenaamde pinken, die maar een paar dagen op zee bleven, werden veel gebruikt. De drijfnetten waren met elkaar verbonden als een scherm in zee. De mazen van deze netten waren dusdanig van grootte dat de haring zijn kop erdoor kon steken, maar niet terug kon omdat hij met zijn kieuwen in het net vastraakte. Het zouten, het kaken en het in tonnen leggen van de haring vond op open zee plaats. In 1388 werd de visafslag van Katwijk aan den Rijn verplaatst naar Katwijk aan Zee.


Zeilwagen van Prins Maurits

Simon Stevin, die later beroemd werd door de drooglegging van het Haarlemmermeer, ontwierp voor Prins Maurits een zeilwagen, waarmee hij bij gunstige wind van Scheveningen naar Petten kon rijden in twee uur. Toen de jeugdige Hugo de Groot met de Prins meereed op zijn zeilwagen, schreef hij verrukt een gedicht met een passage gewijd aan Katwijk:

“Min verstomde elk strandbewooner, wen te Katwijk aen de re
 De onafmetelijke walvisch, uitgesmeten door de zee,
 Lag gestrekt, als toen de landman uitriep, na hij 't wonderwiel
 Met de zeilen heen zag snellen: "Dit, dit (op mijne arme ziel!)
 Zag ik gantsch mijn levensdagen op het water, noch op de aerd".


De Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw ging aan de meeste kustdorpen voorbij zonder veel van weelde te hebben meegekregen. De door de V.O.C. rijk geworden Pieter Gerritsz. van der Speck wilde geld steken in een doorgraving van het strand bij de vuurtoren, door de duinen en de tegenwoordige Zanderij naar de Oude Rijn bij het Haagse Schouw in Leiden. Het kanaal kwam er niet. Niet ver van het Katwijkse zeedorp sierden wel veel fraaie landhuizen de omgeving, waaronder Thoorenvliet, Sonneveld en het Hof van Katwijk. Frans Hals, Rembrandt van Rijn en anderen schilderden hun beroemd geworden werken. En zo penseelde Jan van Goyen in 1641 zijn 'Gezicht op Katwijk'.

Tramlijn tussen Leiden en Katwijk
Tussen de twee Katwijken lag een simpele zandweg als enige verbinding. Katwijk aan den Rijn was veel ruimtelijker van opzet dan het dichtbebouwde zeedorp. Het Rijndorp werd gekenmerkt door groene akkers, waarop de huizen en boerderijen ruim van elkaar gebouwd waren. De rijkere families hadden hun buitenplaatsen aan de Overrijn. Toen in 1881 een tramlijn werd aangelegd tussen Leiden en Katwijk had dit voor het zeedorp grote gevolgen. Welgestelde gasten uit Leiden en omgeving kwamen in de zomermaanden genieten van strand en zee, wat het zeedorp een nieuwe economische impuls opleverde.


Atlantikwall

In de Tweede Wereldoorlog brak de Duitse bezetter veel huizen en gebouwen aan de Boulevard en daar direct achter af om plaats te maken voor de Atlantikwall. De lelijke verdedigingslinie moest de geallieerden buitengaats houden. Veel Katwijkse gezinnen verhuisden daardoor noodgedwongen naar buiten Katwijk. Tijdens de wederopbouw werd de huidige boulevard aangelegd en ontstonden in Katwijk nieuwe woonwijken. Veel Katwijkers keerden weer terug naar hun geboortedorp.

In Katwijk woonden in 1947 rond de 20.000 inwoners, maar door de nieuwe woonwijken groeiden de beide dorpen steeds meer naar elkaar toe. Per 1 januari  2006 zijn Valkenburg, Rijnsburg en Katwijk gefuseerd tot een nieuwe fusiegemeente die eveneens de naam Katwijk draagt. In deze nieuwe gemeente zullen dan méér dan 60.000 mensen in Katwijk wonen.